Asbest(bodem)onderzoek
Vanaf de 2e wereldoorlog, met name in de jaren ’60 tot en met ’80 van de vorige eeuw, is veel asbest toegepast in gebouwen in de vorm van:
- Asbestcement (golfplaat, rookafvoeren, rioolbuizen);
- Spuitasbest (als isolatie en voort het ‘brandwerend maken’ van constructies);
- Asbestkoord (afdichting kachel- en haarddeurtjes);
- Vloerbedekking (met name vinyl).
Door onwetendheid in het verleden en onnauwkeurig slopen is op veel plaatsen asbest in en op de bodem en in secundaire bouwstoffen terechtgekomen. Onderzoek naar asbest geeft uitsluitsel over de aanwezigheid van asbest in de bodem (conform NEN 5707) of bouwstof (conform NEN 5897).
Een asbestbodemonderzoek wordt voorafgegaan door een maaiveldinspectie. Tijdens deze inspectie wordt in smalle stroken het maaiveld van de onderzoekslocatie geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudende en –verdachte materialen. De aangetroffen asbesthoudende en –verdachte materialen worden bemonsterd en in het laboratorium onderzocht op asbestsoort, percentage en hechtgebondenheid.
De bodem of bouwstof (bijvoorbeeld een puinhoudende funderingslaag) wordt in de regel onderzocht middels het graven van proefsleuven. Het uitkomende materiaal wordt laagsgewijs beoordeeld, gezeefd en bemonsterd. De fijne fractie wordt in het laboratorium onderzocht op aanwezigheid van vezels.

